| |
- Teksten over mijn werk in de kerk -
Zoekend geloven en mijn keuze voor de kerk
De keuze om in en voor de kerk te gaan werken is voor mij geenszins vanzelfsprekend. Hoewel ik na de middelbare school theologie ben gaan studeren (eerst MO A en B, later een doctoraal godgeleerdheid) had ik geen ambities om predikant te worden. Ik koesterde daar-entegen mijn eigen droom van een kleine leefgemeenschap met gastenhuis, boerderij en kapel. In de slotfase van mijn doctoraalstudie besloot ik dan ook, samen met mijn vrouw en kinderen de droom om te zetten in realiteit en ik stopte mijn studie vóór het behalen van mijn bul. Tien jaar lang bouwden en werkten wij aan het bezinningshuis Beth Tikwah ('huis van hoop'), een leefgemeenschap, een gastenhuis, een boerderij en een dagelijks getijdengebed in een eigen kapel. In 2004 moesten wij Beth Tikwah verkopen.
Beth Tikwah was een 'vrijplaats voor geloven', waar wij niet verzwegen dat het centrum gelegen was in het evangelie van Jezus. Wij stonden welbewust en compromisloos in de christelijke traditie. Maar we kenden geen dogmatisch-leerstellige begrenzing: iedereen die zich geraakt wist door het evangelie of zich in ons midden thuis voelde was er welkom. Daarmee kwam er zeer divers publiek. Velen bleken een problematische verbinding met de kerk te hebben. Ze zochten God, maar meenden dat niet meer in de kerk te kunnen.
Na de verkoop van Beth Tikwah leek de kerk als werkveld verder weg dan ooit. Ik begreep en herkende de rancune die veel van onze gasten jegens de kerk hadden. Wij hadden jaren-lang bij de 'achterdeur van de kerk' vertoefd. Toch deed de plaatselijke gemeente, waar wij deel van uitmaakten, een steeds groter beroep op mij, o.a. met het verzoek diensten te gaan leiden. De manier waarop ik daar over het evangelie sprak riep herkenning op. Uiteindelijk vroeg de gemeente mij ook een deel van het pastoraat op mij te nemen.
Het verzoek leidde tot tal van overwegingen. Maar de belangrijkste was dat ik mij uitge-daagd voelde om niet alleen met kritiek aan de zijlijn te blijven staan, maar mij (opnieuw) te verbinden met dat oude instituut en er mede de verantwoordelijkheid te voor te nemen. Om samen met de andere leden van de kerk de weg te zoeken die de kerk in deze tijd mag en moet gaan. Daarmee heeft voor mij het werk in de kerk de betekenis gekregen van zoekend geloven. Niet aarzelend zoeken, maar zoeken met vertrouwen.
'Zoeken' betekent dat we het niet meer zomaar voor handen hebben. We zullen moeten zoeken naar God. We zullen moeten zoeken naar nieuwe manieren van geloven, nieuwe woorden, nieuwe vormen. We zullen moeten zoeken naar het wezen van kerk-zijn en christen-zijn. En ik onderneem die zoektocht in de overtuiging dat de essentie niet te vinden is in weten maar eerder in vertrouwen, niet in leren maar in leven, niet in morele oordelen, maar in barmhartigheid en verantwoordelijkheid, niet in orthodoxie, maar in de navolging van Jezus. Zoeken is in de kerk: zoeken in het vertrouwen dat God ons zal weten te vinden.
|