Pasen is uithouden in de Leegte
verslag van mijn Pasen in 2006



Home Preken Artikelen Aanbevolen boeken Zelfvoorzienend leven Allerlei Links Contact

Inleiding

Een hardnekkige griep en beginnende voorhoofdsholteontsteking ontnemen mij dit jaar de kans om de Paascyclus in de kerk mee te maken. Daardoor dreigt het hele gebeuren wat aan mij voorbij te gaan. Het vergt grote concentratie om in het tumult van het dagelijks leven het besef van Pasen te doen ontwaken. Hoofdpijn en koorts jagen mij eerder de verstrooiing van TV en PC in, dan dat ze mij drijven naar de verstilling en meditatie. Laat mij daarom middels deze weblog toch nog enige dingen overwegen en overdenken.

Enerzijds verlang ik naar de stilte van een donkere kerk, verlicht met kaarsen, ingetogen passiemuziek en eenvoudige liturgie, anderzijds drijft mijn onrustige geest me daarvan weg. Juist nu ik de verstilling wil zoeken roepen de tientallen taken en verplichtingen die er deze week zijn blijven liggen door ziekte om het hardst. Het verlangen om vermaakt te worden, gestreeld te worden – vooral niet na te denken, laat staan te mediteren! - lijkt groter dan ooit. Zelfs de fysieke onrust van de lust, de hang naar bevrediging van lichamelijke behoeften (lekker eten, sex, een warm bad, etc) lijken groter te worden, nu ik Pasen zou willen vieren, al was het maar door een moment van stille inkeer aan mijn eigen bureau. De tegenpolen lijken elkaar op te roepen en elkaar te versterken.

Overigens realiseer ik me onmiddellijk bij deze woorden dat mijn persoonlijke dilemma, deze oplopende dubbelheid heel wezenlijk is voor Pasen. Juist in de verhalen van Pasen lezen we over uitersten: uitersten van geloof, toewijding en gehoorzaamheid, maar ook uitersten van verzet, haat, afwijzing. Elke schijn wordt opgeheven, de ware aard van iedereen wordt onbarmhartig blootgelegd, er is geen verschuilen meer mogelijk. Frustrerend hoor, dat Paasfeest. Een bom onder onze zo zorgvuldig bewaakte zielenrust! Een gevaar voor onze vroomheid. Is dat uit te houden?

PALMPASEN
Uithouden in de Leegte

Op de zondag van Palmpasen mocht ik samen met ds. Vijko Top een doopdienst verzorgen in de koepelkerk van Veenhuizen. Een vrolijke, blijde dienst: kinderen die de symbolen van licht, bijbel en doopwater binnendroegen, ouders die hun kleine kinderen de kerk binnen (laten) dragen, een kinderkoortje dat de zegen toezingt, bloemen die intenties uitdrukken, doopwater dat op warme kinderhoofdjes valt… Een feest, een dubbel feest!

Maar de dubbelheid van het Paasfeest wordt deze zondag ook al volop duidelijk. Wat zien we in de doop? Niets dan een beetje water dat weer opdroogt en geen spoor meer nalaat. Een teken dat niets nalaat… wat is dat voor teken? Wat vieren we straks met Pasen? Een Messias die dood is, een graf dat leeg is, een droom die voorbij is. Hoe groot kan de deceptie zijn? – zelfs geen graf meer, het laatste tastbare van de geliefde. Maar juist bij dat lege graf zeggen de vrouwen (en daarna ook de mannen): ‘Wij hebben de Heer gezien’. Net als de dichter van Psalm 139: al vluchtte ik naar het eind van de zee, al vloog ik weg op de vleugels van de dageraad, al ging ik in het dodenrijk… ‘ik heb God gezien’. Van de doop zien we na enkele minuten niets meer… maar hebben we God gezien?

Kunnen we het uithouden bij doopwater dat weer opdroogt, kunnen we het uithouden bij een leeg graf? We geven iets tastbaars mee (doopkaars, doopkaart), we schrijven dikke gelovige boeken over de lichamelijkheid van de opstanding: de leegte opgevuld! In het evangelie lezen we dat steeds meer mensen vragen gaan stellen bij Jezus’ rondwandeling in Israël. Hij doet wonderen, akkoord, maar mag van een beetje Messias niet verwacht worden dat hij na drie jaar ook eens afrekent met de Romeinse overheersing? Wat stelt het koninkrijk van God voor als anderen de baas zijn in je land? Wat betekent het Koninkrijk van de Hemel als hier op aarde lijden, dood, ziekte, droogte, oorlog en pijn nog zo het leven bepalen? We willen het kunnen zien – tastbaar, voelbaar, controleerbaar! Liever een koning op een ezel dan een Messias die blijft beloven: ‘het koninkrijk van God is nabij’. Liever een theologische strijd over lichamelijkheid dan wachten bij een leeg graf, liever keihard paasliederen zingen over ons aangevochten geloof heen dan God ontmoeten in de leegte, de leegte van ‘een graf van voorbij’…

Maar ik snap dat deze week zo goed: je zou het willen vastleggen, vasthouden. Nee laat ik het persoonlijker houden: ik zou het willen kunnen organiseren: de aanraking van God, de ervaring van zijn liefde, de aanwezigheid van Geest… Daarom bouwen we kerken, daarom vieren we, daarom lezen we, daarom steken we kaarsen aan, daarom dopen we… om het zichtbaar te maken. Om het op te roepen – de evocatie van God! We zijn een keer geraakt door een Paasfeest, door een doopdienst, door een onverwacht woord of lied… en dat zoeken we weer. Ik weet nog mijn eerste Paascyclus in Smilde, hoe diep ik geraakt werd. Elk Pasen zoek ik dat weer, onwillekeurig zoek ik het bekende, het al gevoelde… Vasthouden, zorgvuldig koesteren, het, als het even kan, weer oproepen!

En dus zetten ze Jezus op een ezel en kronen hem alvast tot Koning: ‘Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Gezegend het komende Koninkrijk van onze vader David…’ Misschien moest Jezus wel een handje geholpen worden. Maar de rest van de week loopt zo anders. Het lijkt wel alsof deze laatste poging om Jezus aan zijn Messiasschap te herinneren, deze laatste duw in de rug, een averechts effect heeft. Vanaf nu is er de verlating, het verraad, de eenzaamheid en uiteindelijk de dood van de Beloofde. Het Koninkrijk van God is niet af te dwingen. Het is niet voorhanden. Het is van andere orde. Al onze verwachtingen worden op de kop gezet.

Alleen toen? Ging alleen het beeld van de joodse rebelse Messias aan diggelen? Nee, ik weet het dit jaar weer heel zeker: ook onze verwachtingen gaan aan diggelen. Steeds als we denken dat we er vat op hebben verschijnt God weer anders. Als we denken dat we begrijpen wat het Paasfeest bedoelt, overvalt ons de diepe twijfel weer. De crisis van de kerk in onze tijd is er het bewijs van: onze ouders wisten hoe het zat, zij geloofden stoer en kloek, getuige de dikke folianten in mijn boekenkast… maar wij zijn het weer kwijtgeraakt. De geloofwaardigheid van ons geloofsgoed lijkt aangevreten, de twijfel slaat overal toe. Wij zitten opnieuw verbijsterd rond een leeg graf. En dus komt alles ook nu weer voorbij: de boosheid en het verzet, het afdwingen (de Koning op een ezel), de trouw, de verwarring… Pasen anno 2006 is niet zo anders dan Pasen anno 33!

WITTE DONDERDAG
Uithouden in het Oordeel

Het is nog warm, het grote nieuws: het Evangelie van Judas is - eindelijk! - vol trots gepubliceerd. Na een wonderbaarlijke vondst en een bizarre omzwerving van tientallen jaren is deze oeroude codex uiteindelijk in handen gekomen van deskundige restaurateurs, conservators en vertalers. En door hen is nu zonder twijfel vastgesteld: dit is inderdaad een oude koptische vertaling van het Evangelie dat door de kerkvader Ireneus met zoveel kracht is veroordeeld. De teksten die dit evangelie zo anders maken - en voor de orthodoxie zo gevaarlijk! - zijn helder leesbaar: Jezus zou Judas uitverkoren hebben om juist de ultieme daad van geloof en liefde te vervullen, namelijk Jezus overleveren, welbewust hem de dood in jagen, om juist zo de innerlijke Christus te bevrijden van de uiterlijke mens Jezus. Judas is de held van dit evangelie.

Nu is dat natuurlijk niet zo’n vreemde gedachte. Als de dood van Jezus (zoals de orthodoxen zeggen) noodzakelijk was omdat het onmisbare offer was, als het dus Gods eigen werk was: dit offeren van zijn zoon, dan waren de mensen die hem kruisigden, of anderszins daarin een rol speelden, helpers, dienaren van God. Dan is de stap die het Evangelie van Judas zet niet zo’n grote: Judas bewees God (en dus ook Jezus) een dienst door dit alles te laten gebeuren.

Hoe anders is de opvatting van de kerk hierin: Judas was de verrader, de overloper. Volgens het evangelie van Johannes voer de satan in hem. Judas was de grootste vijand van Jezus, het prototype van de antichrist. Naar mate het christendom aan geloofwaardigheid inboette kregen overigens steeds meer mensen sympathie voor de tragische figuur van Judas. Maar daarmee werd het beeld niet wezenlijk veranderd: men kreeg meer sympathie voor de ongelovige, de verrader, het tegenbeeld.

Juist dezer dagen moet ik de pers te woord staan over het vertrek van mijn vriend en compagnon uit De Nieuwe Akker, een initiatief dat aan onze vriendschap was ontsproten. Ik voel me door hem verraden, in de steek gelaten. Onze vriendschap lijkt voorbij. Hij is de Judas van ons project. Maar vandaag herinner ik me ook dat ik twee jaar geleden zelf de Judas ben genoemd van een ander project. Ik meende er (samen met enkele collega) goed aan te doen enkele misstanden aan te wijzen. Het bleek een bom te zijn voor het project. Wij hadden het ideaal verraden. Maar ik wist mezelf te goeder trouw.

Wie velt hier het oordeel? Was ik te goeder trouw? En is mijn collega die mij nu verlaat dat? Voor zijn eigen besef wel, neem ik aan. De conclusie kan niet anders zijn dan deze: het is onontwarbaar, het eindoordeel is niet te geven. Nee, ik zeg niet dat het allemaal om het even is. Het is niet zo dat iedereen zijn eigen waarheid en werkelijkheid kan claimen. Ik kan mij niet onttrekken aan het oordeel een Judas te zijn geweest en mijn vertrokken vriend mag dat evenmin. Maar ik ben me bewust van het feit dat het soms niet anders kan: soms ben ik de verrader, soms wordt ik verraden! Zo is het leven.

Naar mijn overtuiging laten de vier evangeliën in de bijbel het eindoordeel open. Johannes lijkt wel een oordeel te vellen, maar juist hij maakt van het lijden ook de meest noodzakelijke geschiedenis en daarmee ook de rol van Judas bijna onontkoombaar. En zeker gevieren houden de evangeliën het oordeel open, ze vertellen slechts de geschiedenis in al zijn tragiek. De theologie deed dat niet: de veroordeling van de verrader bleek een teken van orthodoxie. Maar het ‘ketterse’ Evangelie van Judas’ doet het evenmin. Ook daar wordt de spanning opgeheven: Judas is de held, de overige 11 zijn slappe verraders!

Witte donderdag gedenken we het verraad. Jawel, het mag, het moet verraad genoemd worden. Was het onvermijdelijk? Was het zelfs noodzakelijk, door God gewild? We zullen het moeten uithouden zonder een oordeel daarover te vellen. Sommige dingen in ons leven zouden nooit mogen gebeuren en gebeuren met onvermijdelijke noodzaak. En sommige dingen die zouden moeten gebeuren blijven uit… Witte donderdag zegt ons dat we het moeten uithouden in alle onoplosbaarheid. Witte donderdag laat ons gewoon avondmaal vieren zonder te oordelen. Witte donderdag verandert niets aan de tragiek van trouw en verraad. En dus moeten we het niet plat slaan ter ener of ter andere zijde, zoals de orthodoxie of de ketterij het doen, maar het uithouden. Zo is het leven – onbegrijpelijk, onontwarbaar, onlogisch, oneerlijk - en door dit leven heen ontmoeten we God… Vreemd. Vreemd en verontrustend.

GOEDE VRIJDAG
Uithouden in het Lijden

Vandaag is het goede vrijdag en laat ik er maar meteen bij vertellen dat deze dag voor mij altijd wat beladen is geweest. In de kerk wordt de kruisiging en dood van Jezus herdacht en zeker in de klassieke opvatting van het christendom is dat moment het centrum, de kern waar alles om draait: hier immers, hier in deze marteldood komt de verzoening tussen een rechtvaardige maar liefdevolle God en een boze, zondige wereld tot stand. Hier wordt – om de klassieke woorden dan ook maar te gebruiken – ‘betaald voor de zonde’, eens en vooral. Dat allemaal op één dag overdenken is veel. Ik deed jarenlang mijn uiterste best om goede vrijdag vooral een stille dag te laten zijn waarin ik over deze grote dingen kon mijmeren. Het lukte me zelden en frustreerde me vaak.

Velen hebben moeite gekregen met deze zware interpretatie van dit verhaal. Ook ik. In geen van de vier evangeliën in de bijbel gaat het over het lijden als een offer voor de zonde. Steeds weer wordt de link gelegd tussen het lijden en de navolging. Lijden heeft twee gestalten in de verhalen van Jezus: het lijden van de mensen en het lijden van hemzelf. Het lijden van de mensen is een lijden dat Jezus raakt en hem brengt tot daden (grote daden, wonderen!) van barmhartigheid. En het lijden van Jezus zelf is de afwijzing en het verzet dat steeds grimmiger wordt en dat zo tragisch eindigt in marteling en dood. Het is een lijden dat Jezus actief aanvaardt – soms lijkt het bijna alsof hij het opzoekt. Maar het wordt er niet minder gruwelijk en grimmig van! En in beide gevallen komt steeds weer de roep tot navolging van wie zich discipel wil noemen.

Goede vrijdag is dan de dag waarop het lijden zijn meest diepe schaduw werpt: totale afwijzing, totale onmacht totale eenzaamheid en een bittere marteldood van een mens die door God zelf in het evangelieverhaal steeds weer als Gods geliefde wordt benoemd. En in de spiegel van dit lijdensverhaal zien wij ook onze eigen lijden – het lijden van afwijzing, van onze onmacht, onze eenzaamheid en we voelen onze pijn. Dat kan alles zijn: de trauma’s van oorlogsveteranen, de eenzaamheid na de dood van een geliefde, de pijn van een ziek lichaam, de duisternis van een zieke geest… Het kan zelfs – hoe triviaal! - een griep zijn die je juist in de goede week en de paasdagen diensten moet laten afzeggen. Dat valt me vandaag zwaar.

Goede vrijdag verandert niets aan dit lijden, of het moest al zijn dat het nog dieper en duisterder want onontkoombaarder wordt. Goede vrijdag zegt ons dat dit lijden bij het leven hoort, onvermijdelijk bij het leven hoort. Iedereen die zegt dat lijden niet hoeft, dat lijden een gevolg is van onze keuzes, dat de hemel nu al kan aanbreken als je maar de juiste dingen doet of denkt of voelt, wordt ontmaskerd als duivels verzet die de weg naar nieuw leven om het lijden heen wil leggen en niet dwars daardoor heen. Zoals Petrus die Jezus het lijden wilde besparen maar daarvoor bestraft wordt met de woorden ‘Ga weg, achter mij, Satan…!’ Het lijden kan niet weg-gedacht, weg-geloofd, weg-gezongen worden. Het kan niet en het mag niet.

Ik sprak een man die nauwelijks meer in de kerk komt. Het duurde even voordat hij mij vertellen kon waarom hij het niet meer kan. Vier keer moest hij een vriend naar het graf brengen. Vier verhalen van ziekte, tragisch ongeluk, verbijsterde nabestaanden. Vier brandende vragen, vier rauwe kreten met een uitroepteken. Maar in de kerk werd hem verteld dat het ‘uiteindelijk’ goed was – het was Gods tijd, de hemel was hun lot, God wil ons wat leren, en zo meer… Juist daar waar we het samen zouden moeten leren uithouden met de vragen, waar we wachten bij een leeg graf, waar we horen te zwijgen bij het waarom, juist daar werd hij weggejaagd met snelle antwoorden. Pasen zet ook ons nog altijd schaakmat!

Goede vrijdag duurt in de kerk 365 dagen per jaar: we mogen nooit om het lijden heen, we mogen ons niet vergrijpen aan de antwoorden. Ze zijn er niet! Wie Pasen wil vieren zonder de totale verlatenheid en pijn van goede vrijdag volgt niet deze Jezus na. Ja zeggen tegen het lijden, het niet ontkennen, het niet bagatelliseren, het niet verbinden aan schuld… dat is wat navolging betekent op goede vrijdag. Uithouden dus, uithouden in het lijden.

STILLE ZATERDAG
Uithouden in de Stilte

Stilte, de akelige stilte, de dag na een begrafenis. Het onwezenlijke weten maar nog niet kunnen bevatten dat het allemaal voorbij is. We kennen het allemaal – die gapende leegte die maar niet te accepteren en tegelijk niet te ontlopen is. Even lijkt het alsof het nog ongedaan gemaakt kan worden. De afschuwelijke realiteit van het verlies van een geliefde, van een toekomst, van een droom, het is nog zo nieuw in je leven dat het lijkt dat het niet bestaan van die realiteit nog bereikbaar is. Dat het nog ongedaan gemaakt kan worden. Waarom zou het geen misverstand kunnen zijn, een vergissing, een foutje? Maar dat is niet zo – dat is de schok, de zichzelf maar steeds herhalende schok van de gedesillusioneerde: het is voorbij. Het is definitief voorbij!

Dat is bijna niet uit te houden. Dat is zeker alleen niet uit te houden. De ontgoochelde leerlingen, die in de nacht van het verraad, de marteling en de terechtstelling van Jezus uit elkaar waren gedreven, hadden elkaar weer opgezocht. Zochten troost bij elkaar, zullen elkaar huilend in de armen zijn gevallen. Er wordt houvast gezocht, bij elkaar, maar ook in wat er over is van de verbrijzelde droom: het graf. Alles kan helpen om de leegte te vullen: een foto, een vergeelde brief, het honderd keer vertellen van een verhaal. Dat was de situatie van de volgelingen van Jezus na de dood van hun meester.

Ook wij zitten als Protestantse Kerk in Nederland te staren naar een steeds leger wordende kerk. We herinneren ons de volle kerken van enkele decennia geleden, twee keer op een zondag. Soms lijkt de terugloop even te stagneren, maar dan weer wordt het onontkoombaar duidelijk: het wordt kleiner en kleiner. Geen fulltime predikanten meer, onvervulde vacatures voor ambtsdragers, kindernevendienst eens in de twee weken, geen kinderclub meer voor de kinderen van het voortgezet onderwijs… de kerk lijkt te sterven. Zou Nietzsche dan toch gelijk hebben gehad toen hij kerken de graftombes van de dode God noemde? We blijven achter in de verlamming van onmacht en verdriet. ‘God, onze God, heeft u ons verlaten?’ Of hebben wij God verlaten? Is het voorbij met de kerk? Is het wachten op de laatsten die de lichten doven en de blinden sluiten…? Zoveel is zeker: het zal nog wel stiller worden, de kerk is nog niet op haar dieptepunt.

Kunnen we het uithouden? Of vullen we de stilte met het kabaal van nieuwe liedjes, spetterende diensten, flitsende folders? Kunnen we zwijgen, of praten we de stilte weg met verhalen over vroeger en verhalen over elders? Vroeger en elders is het altijd beter! Zullen wij ook onze biezen pakken en ons heil elders zoeken? In de drukte van baptistendiensten, in de menigte van de zoekers naar de geheimen van ‘de vierde dimensie’ in schaars verlichte hotelzaaltjes? Bezweren we onze angst met opzwepend gebed en alarmerende preken? Of blijven we in de stiller wordende kerk? Wachten, vertrouwend wachten. Rouwen, oprecht rouwen om wat niet meer is. Maar ook: verwachten, biddend verwachten. Trouw blijven aan wat de Heer van ons vroeg: ‘Neem uw kruis op u en volg mij…’

Het laatste is de moeilijkste weg – de weg zonder enige garantie dat het goed komt. Het is wel de weg waarvan we hebben horen vertellen dat vrouwen en mannen ‘de Heer hebben gezien’, het is het pad waarvan mystieken hebben gezegd na een ‘donkere nacht’ het licht te hebben gezien. Maar het vraagt moed om uit te houden en te wachten. Blijven bij wat we nog wel hebben: de bijbel, de verhalen van Jezus. De doop, het avondmaal, het Paasfeest. Blijven lezen, blijven leren, blijven dopen en blijven vieren. ‘Opstand’ is te organiseren, opstanding niet. Geestdrift is op te roepen, maar de Geest niet. Angst is te bezweren, maar bevrijding van angst moet geschonken worden. Kunnen we het uithouden in de stilte?

DE PAASNACHT
Uithouden in de Kwetsbaarheid

Pasen begint in de nacht – in de vroege ochtend vinden de vrouwen het graf geopend en leeg. Het grote geheim is er aan vooraf gegaan: de steen is afgewenteld en er is iets gebeurd daar in dat graf. Maar wat? De kerk heeft vanaf haar prille begin gevoeld dat daarom het Paasfeest in de nacht van Pasen moet worden gevierd. Dicht bij het geheim. Maar ook: in de diepste donkerheid, daar waar de demonen van de nacht je omgeven, de oude angsten, de kwelling van schuld en onmacht… daar in het diepste duister, wordt een nieuw licht binnengedragen. Slechts één vlammetje, heel kwetsbaar, heel klein. Maar al snel verspreidt zich het licht – het vuur is aanstekelijk…

Het nieuwe licht symboliseren we met een kaars. Kwetsbaarder licht is er niet – een kleine windvlaag of een toevallige regendruppel dooft het nieuwe licht. Past dat bij het wonder van Pasen? ‘Christus is opgestaan’ zingen we. Christus heeft de dood overwonnen… dat is toch niet een uitspraak van kwetsbaarheid, dat getuigt toch van kracht? Een kracht sterker dan de alomtegenwoordige dood… me dunkt.

Ja, dat is inderdaad de kracht van dit nieuws en dit geloof. Net als het vuur: slechts één vlam, één vonk kan een laaiend vuur tot gevolg hebben. Eén brandende kaars verdrijft de duisternis. Maar het vlammetje, het eerste begin is kwetsbaar. Zo kwetsbaar is ook het geheim van de Paasnacht. Voorlopig blijft het nacht. In de kerk mag dan het eerste licht zijn binnengedragen, er mogen dan de eerste paasliederen klinken, misschien nog wat aarzelend en ingetogen, maar toch… we gaan ook weer de nacht in. Het is nog vooral ‘geloofde realiteit’. Misschien worden we morgen wakker en is het allemaal maar droom geweest. Zo kwetsbaar is het nog deze nacht.

HET FEEST VAN PASEN
Loslaten en Trouw Blijven

En dan is het Paaszondag, de dag die je zo graag associeert met mooi weer, de zon die schijnt, de vogels die zingen, de bloemen die bloeien, het frisse groen van een ontluikende lente. En een volle kerk, blijde liederen, bloemen in de kerk, de nieuwe Paaskaars die fier op haar sokkel staat… Maar dit jaar was het zo anders voor mij. Ik heb geen kerk gezien, mijn hoest weerhield me de hele goede week een kerk te bezoeken. De eerste keer in mijn leven dat ik Pasen volledig buiten de kerk heb gevierd. Er scheen geen zon bij het ontwaken, maar er hing een dikke, kille mist, vermengd met (naar men zei) blauwe rook van de Paasvuren in Duitsland… Bovendien laat de lente dit jaar lang op zich wachten. Wat is Pasen dan?

Bij het ontbijt riepen we elkaar toe: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’. Vijf stemmen, vijf keer de blijde roep: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’. We luisterden naar de cantate die Bach schreef voor de paaszondag (BWV 4) ‘Christ lag in Totesbanden’. De stemmen buitelen over elkaar heen ‘So feiern wir das hohe Fest’ en ‘Der Sünden Nacht ist verschwunden. Halleluja!’ Feestelijker paasmuziek kan ik me niet denken.

Pasen. Is nu alles voorbij? Is nu alles anders? Nee, natuurlijk niet, het is een feest – het is maar een feest, dat we jaarlijks vieren. Maar blijft de vraag: heeft het gebeuren waarnaar dit feest verwijst – het lege graf, de verschijning van de Heer, het diepe geloof dat de Heer is opgestaan –, heeft dit alles veranderd? Zijn nu de leegte, het lijden, de doodse stilte en de kwetsbaarheid voorbij? Vallen nu alle puzzelstukken op hun plek? Ontvangen we nu de definitieve antwoorden op alle antwoorden?

Ja, ik denk inderdaad dat er wat veranderd is: wat een einde was, is een doorgang geworden. En wat een definitief einde leek – de dood -, bleek een nieuw begin. De dood is radicaal in ander licht komen te staan: in het licht van een open graf, in het licht van de onverwachte en zo totaal nieuwe ontmoeting met de Opgestane Heer. Dat mag, nee dat moet gevierd worden. Terecht is Pasen een hoogtijdag (‘das hohe Fest’) en de liederen mogen uitbundig klinken! Dit gebeuren zet ook het verhaal van Jezus in een nieuw licht. Zijn weg van overgave, van gehoorzaamheid, van waarachtig menszijn… alles komt in een nieuw perspectief te staan. De tragische gang van vereenzaming, afwijzing en lijden die Jezus ging is een weg die toch waarachtig ergens toe leidt. Niet voor niets staat het hele Nieuwe Testament vol met verwijzingen naar dit wonder-aller-wonderen.

En tegelijk moet er een ‘nee’ klinken: nee, het lijden is niet voorbij, het lijden heeft geen ‘verklarende reden’ gekregen. Lijden blijft lijden, vragen blijven vragen, leegte blijft leegte. Wie uit de verhalen van deze eerste getuigen van de Opgestane theologie wil peuren, wie denkt nu de diepste antwoorden te kunnen geven, die vergrijpt zich eraan. Maria van Magdala, de rouwende Maria bij het lege graf, de Maria die de Opgestane pas herkende toen hij haar naam noemde, die Maria wilde de Opgestane vastgrijpen. Maar Jezus zegt haar: ‘Hou mij niet vast, Maria, want ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader’. Pasen is niet het feest van de antwoorden, maar van het kunnen loslaten van de vragen. Pasen is niet het feest van de reden van het lijden, maar van de bevrijding van het moeten krijgen van redenen. Pasen is het feest van de ontmoeting met de Heer in de leegte van het graf. Pasen is de Ontmoeting met de (letterlijk) Ongrijpbare. Pasen is bevrijding van het moeten begrijpen, bevrijding van het moeten vasthouden. Waarlijk, Pasen is het feest van het ontmoeten.

En wij? En nu? Ontmoeten wij ook de Opgestane? Is het een realiteit in onze kerken, in ons leven? Ontmoeten we Hem werkelijk? Ik vraag niet of we het allemaal geloven. Van harte geloof ik dat we het geloven dat het gebeurd is, dat God dit kan, dat Jezus is opgestaan uit de dood… we geloven soms meer dan me lief is. Maar is dat relevant? Ons Paasfeest is toch niet, mag ik hopen, een bewijs aan elkaar en aan God dat we het allemaal nog steeds geloven in een wereld die het allemaal onvoorstelbaar vindt? De vraag is: ontmoeten we in het lege graf de Heer ook vandaag nog? Ontmoeten we de Opgestane in de pijn van het lijden, in de zinloosheid ervan, in de onbeantwoorde vragen, in de stilte, in de kwetsbaarheid…?

Als het antwoord ‘ja’ is, vertel elkaar daar dan van! Schroom niet, maar vertel het elkaar! Dat is wat de discipelen deden: ze renden naar elkaar toe, zochten elkaar op, vertelden elkaar: ‘Wij hebben de Heer gezien’. En als het antwoord ‘nee’ is… laat het daar dan bij. De Heer, de Ongrijpbare, laat zich niet dwingen. Maar ook dan moeten we elkaar blijven opzoeken, trouw blijven aan wat we hebben ontvangen: de getuigenissen van mannen en vrouwen die het ons vertellen ‘Wij hebben de Heer gezien’, de boodschap van Jezus die ons oproept tot navolging, de woorden van profeten die ons oproepen trouw te blijven… Laten we niet de angst bezweren door hard te gaan roepen wat we allemaal geloven (dat is wat kinderen doen als ze bang zijn in het donker), maar laten we evenmin moedeloos worden en wegvluchten. Wie trouw blijft en wacht, verwacht… die zal vroeg of laat ook de Opgestane ontmoeten. Het is precies de reden waarom we jaarlijks, nee wekelijks Pasen vieren: trouw blijven, de angst loslaten en wachten, gelovend en vertrouwend wachten.

Ik hoop weer snel Pasen mee te kunnen vieren in de kerk!

Boele P. Ytsma


Klik hier voor de printversie in pdf-formaat


Een Nieuwe Dag

Weblogs, artikelen, preken, boeken
  • Mijn dagelijkse weblog
  • Artikelen van mijn hand
  • Mijn preken (archief)
  • Boek van de maand




  • podcasts, preken, lezingen, reisverslagen
  • Overzicht van alle podcasts
  • Onderweg naar Zondag
  • Luisterpreken (MP3)
  • Tochtgenoten




  • kerkdiensten, begeleiding, projecten, contact
  • Kerkdiensten
  • Pastoraat
  • Pelgrimstochten
  • Contact opnemen
  • Nieuwsbrief aanvragen