|
 |
| |
Gratis voorpublicatie 'Van de kaart'
Hierbij bied ik je een gratis voorpublicatie van de 'Inleiding' van mijn nieuwe boek Van de Kaart - manifest van een gepassioneerde twijfelaar. Spreekt het je aan, bestel dan meteen je eigen exemplaar!
Bestel 'Van de kaart' hier

INLEIDING
Spreek zelf in mij het rechte woord.
Zo vaak ik woorden voor U vond
heb ik mij in mijn woord vermomd.
Nu wacht ik tot Gij zelve komt
en spreekt, zodat uw knecht het hoort.
MUUS JACOBSE
Twijfel in alle kleuren
Dit boek gaat over twijfelen. En over geloven. Ik ga je vertellen dat die twee bij elkaar horen, geloven en twijfelen. Twijfelen is anders geloven. Want wie twijfelt is van de kaart. Je bent verward, misschien zelfs in paniek. Dat is niet vreemd, want je bent het vertrouwde kwijtgeraakt, je betreedt nieuw land, waar je de weg nog niet kent. Misschien voel je je wel verdwaald, verloren. En ook dat klopt, want je bevindt je in een land waarvan nog geen kaarten bestaan. Je bent letterlijk van de kaart gelopen en vraagt je nu af: waar ben ik? Je hebt veel verloren in je twijfel, maar vind je ook wat terug? Dat zijn de vragen waarover ik met je nadenken wil.
Je hebt twijfel en twijfel. Je kunt twijfelen tussen het kopen van een rok of een broek, tussen wel of geen auto, tussen geel behang of blauwe muren. Die twijfel heet aarzeling en heeft te maken met keuzemogelijkheden en met onzekerheid. Deze twijfel kennen we allemaal. Je kunt ook twijfelen aan de goede afloop van een avontuur, aan de
betrouwbaarheid van het bedrijf waarmee je zaken doet of aan de uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek dat jouw keuzes zou kunnen beïnvloeden. Die twijfel heet gezonde achterdocht en is een blijk van zelfstandigheid. Over deze twijfel heb ik het hier niet.
Je kunt er als gelovige aan twijfelen of de aarde in zes dagen is geschapen en of Jezus werkelijk op het water liep. Je kunt je afvragen of de bijbel letterlijk geïnspireerd is en of wonderen echt gebeuren. Dat is de twijfel die een mens doet doorvragen voorbij het vanzelfsprekende en het aangeleerde. Deze twijfel helpt je volwassen te worden. Want wie helemaal geen vragen stelt (en dus nooit ergens aan twijfelt), zal nooit iets nieuws leren. Deze twijfel leidt tot nieuwsgierigheid en is een belangrijke drijfveer achter de wetenschap. Maar ook over deze vorm van twijfel zal ik het niet hebben.
Er zijn ook gelovigen die niet twijfelen aan God of aan wat ze van God geloven. Voor hen is de bijbel waar en duidelijk. Maar ze twijfelen wel, ze twijfelen aan zichzelf. Of ze wel uitverkoren zijn, of de genade wel voor hen bestemd is, of ze wel echte gelovigen zijn. Het is twijfel die in sommige kringen wordt gekoesterd en door anderen wordt verafschuwd. Ik denk dat het een gevaarlijke vorm van twijfel is die kan leiden tot grote psychische problemen. Maar ook over die twijfel zal ik het hier niet hebben.
Existentiële twijfel
En dan is er nog de twijfel die zich meldt in een ontwrichtende crisis, in een revolutie van de geest. Lang was je een gelovige, zonder grote vragen of twijfels. Maar plotseling verandert alles wat heilig voor je was in de meest onwaarschijnlijke onzin die je bedenken kunt. De bodem valt weg onder alles waarop je bouwde en alle houvast verdampt. Het overkomt je en je begrijpt niet wat er gebeurt. Het kan snel gaan of geleidelijk, maar het effect is hetzelfde: je wereld stort in en een nieuwe, vreemde, onwezenlijke wereld rijst op uit het stof. Maar die nieuwe wereld maakt je bang en eenzaam – was hier ooit al iemand anders? Intussen is de oude wereld reddeloos verloren, de brug die je over bent gerend is ingestort en een diepe kloof is alles wat je nog ziet als je achterom kijkt. Deze twijfel noem ik existentiële twijfeL en over deze twijfel heb ik het hier. Dat is de twijfel die mensen bang maakt – en terecht.
De crisis die deze twijfel brengt is er zomaar, ongewild en ongevraagd. Niemand zocht ernaar of vroeg erom. De twijfelaar zelf niet en zijn dierbare geloofsgenoten evenmin. Het is een geestelijke aardbeving met grote gevolgen, die geen van de betrokkenen kan overzien. De angst voor dit ontwrichtende en ongewisse laat mensen vechten voor behoud van al het zekere. En inderdaad kan de twijfelaar in spe de crisis een tijdje uitstellen door weg te kijken. Hij kan proberen heel hard te blijven geloven wat diep vanbinnen als belachelijk voelt. Wat jaren vanzelf ging wordt een worsteling. Totdat het niet meer gaat en de hele ‘Kathedraal van Zeker Weten’ in elkaar stort. Paniek maakt zich van je meester: waar blijf je, waar stopt dit? Wegkijken is dan niet meer mogelijk, want waar je ook kijkt, je ziet je eigen twijfel, je eigen boosheid. De hele wereld is één grote spiegel die je vertelt wat je geworden bent: een twijfelaar. Misschien wel: een ongelovige, een afvallige. Een verlorene.
Misschien ben jij zo’n twijfelaar en snak je naar een begrijpend woord of een beetje houvast. Misschien ben je het geweest en ben je je geloof kwijtgeraakt. Misschien herken je het bij iemand in je omgeving en begrijp je niet wat er gebeurt. In al die gevallen hoop ik dat dit boek je wat kan helpen.
Dagboek van twijfel
Het overkwam mij in het najaar van 1998, deze existentiële twijfel. Weken, nee, maanden stelde ik het uit onder het motto: als ik er niet aan denk, is het er ook niet. Die strategie was succesvol, maar ook beperkt houdbaar. Niet meer dan een nooddijkje bij wassend water – vroeg of laat breekt het door. Op 18 november gaf ik mijn verzet op en moest erkennen: ik ben een twijfelaar. Een twijfelaar van die laatste categorie. Ik werd overmand door twijfel van de angstige soort, de ontwrichtende en eenzame twijfel. Ik werd bang, maar voelde dat ik in een trein zat die ik niet meer stoppen kon, maar waarvan ik ook de bestemming niet kende. Waar was ik naar onderweg? Ik nam het besluit te gaan schrijven aan wat een Dagboek van twijfel zou gaan worden. Het werd een reisverslag van vele maanden. Lees met me mee.
*
In mijn twijfel ben ik mezelf ten enenmale kwijtgeraakt, ik weet niet meer waar ik sta en wie ik ben. Er zijn vlagen van zeker weten, zeker weten dat het allemaal – ik bedoel het totaal van het ‘christelijk geloofsconcept’ – niet waar
is, en er zijn momenten van twijfel aan die twijfel. Er zijn
tijden van hunkering naar de zekerheid en geborgenheid
van voorheen en tijden van vlakke berusting, van ongemerkt
verglijden van tijd. Op hun beurt geven vooral die
berusting en mentale kleurloosheid weer aanleiding tot
verbazing. Ik twijfel aan alles wat ik voorheen zeker wist –
behalve, tot dusver, aan het kale bestaan van God – en
toch word ik niet geslagen door de pest, stort de wereld
niet in, komt er geen vuur uit de hemel. Maar ook, en dat
verbaast mij evenzeer, breekt er geen duistere stroom van
liederlijkheid in mij los. Eigenlijk verandert er niets. Geen
emotie – de somberheid daargelaten, de somberheid die
bij mijn karakter hoort – geen tranen, geen wanhoop...
Sterker nog: ik blijf onverminderd gelukkig! Het lijkt
warempel wel of de titel van Maarten ’t Harts boek waar
is: Wie God verlaat heeft niets te vrezen.
Of heb ik God helemaal niet verlaten, maar stel ik alleen
mijn beeld van Hem bij, verlaat ik beelden, concepten?
Een herijking van wat er zich in de loop der jaren in mijn
brein aan inzichten had opgehoopt? Niettemin waren dat
inzichten die min of meer pasten in het brede kader van
de ‘kerk der eeuwen’. Ik was een christen, een orthodox
christen, een bijbelgetrouw christen, of welk geruststellend
adjectief je ook wilt gebruiken, en dat laatste ben ik
stellig nu niet meer. Dan verlaat ik dus wel degelijk de
God der orthodoxen en de Heer der bijbelgetrouwen? Of
blijf ik Hem trouw en dwalen al die anderen met hun
veelvoud aan dogma’s? Die hooghartige conclusie wil mij
ook niet overtuigen – nee, ik ben toch degene die dwaalt,
ik ben degene die twijfelt en dus ook degene die God verlaat.
En toch, opnieuw moet het me van het hart, toch verlaat
ik God niet, ik ben alleen nogal anders over Hem gaan
denken. Ik twijfel aan wat ik van Hem wist of meende te
weten. En voor zover ik er niet aan twijfel of Hij is zoals ik
dacht dat Hij is, betwist ik Hem het recht om zo te zijn.
Nu ja, hoe het dan ook precies zit, ik denk dat een ‘dagboek
van twijfel’ mij kan helpen iets meer vat op mezelf
te krijgen. De twijfel moet eerst maar eens woorden krijgen.
*
Het begin van dit Dagboek van twijfel markeert het moment dat ik niet langer wegkeek van mijn twijfel. Ik koos – meer tegen wil en dank dan van harte – voor het onbekende, vreemde en enge landschap dat voor mij lag. Ik was van de kaart en moest nu zelf de weg vinden. Waar ik zou uitkomen, wist ik niet.
Wegkijken van de twijfel
Wie naast de twijfelaar staat kan ook wegkijken, veel beter en veel langer dan de twijfelaar zelf. Voor haar is het aanvankelijk net zo angstig om te zien wat er gebeurt. Het mag dan vreselijk zijn om de instorting van de ‘Kathedraal van Zeker Weten’ van binnenuit mee te moeten maken, ook de toeschouwer kent bange tijden. De vragen die je gesteld krijgt, zijn vreemd en onwerkelijk. Zo kende je hem niet, zo was hij nooit. En dan de toon waarop dit alles gebeurt! Vanwaar die felheid en die boosheid op God? Het maakt je bang. Bang dat misschien ook jouw bouwwerk gaat scheuren of bang dat de ander helemaal bedolven raakt onder de brokstokken. Waar gaat dit heen? En uit angst kijk je weg. Of uit boosheid. Waarom moest hij zo nodig gaan twijfelen – als jij het zonder die twijfel kunt, dan kan hij dat toch ook? Je kijkt weg.
Voor de twijfelaar is wegkijken vroeg of laat onmogelijk. De eerbied voor wat je geleerd was, die je je leven lang koesterde, valt weg. Je wordt cynisch of onverschillig. Je gaat het belachelijk maken, maar dat lucht niet op. Er komen woorden over je lippen die je van jezelf niet kent. Tegenhouden kun je het niet – hoe hard je ook probeert, hoe hard je ook bidt. Het gebeurde ook bij mij:
*
Ik voel hoe oneerbiedig ik schrijf. En ik dacht, voelde en
schreef voorheen zo anders. Niet altijd even rechtzinnig,
maar wel altijd vol liefde en vertrouwen. En net als vorige
week is dan ook latent de angst aanwezig of ik nu niet
Gods boosheid over mij afroep. Ben ik nu een afvallige,
een doemwaardige? Ik bespeur bij mezelf een behoefte
om terug te keren – vaag, maar toch. De wil om toch ten
minste weer wát houvast te vinden, om weer een basis
voor gebed te vinden. Maar het lukt me niet.
Aanstaande zondag houden we onze maandelijkse zangavond,
waarin ik de leiding heb. Maar wat moet ik zeggen?
Ik wil toch wat te zeggen hebben! En nu is daar mijn
zoontje, Poppe Jonathan, en ik wil hem graag laten
dopen, hij hoort er immers ook bij. Maar als de vader ‘er’
niets meer van gelooft, waarom dan nog dopen? Toch
niet uit ‘gewoonte of bijgelovigheid’, zoals het oude doopformulier
zegt? Ik moet dus zien te vinden waarin ik nog
wel geloof, waar ik nog wel met een gerust hart mijn
gebed kan uitspreken, waar mijn hart nog rust en vertrouwen
kan vinden.
Moeten en willen – zijn dat nu wel de juiste woorden voor
geloven? Zouden juist niet die woorden ook hun grond
vinden in de angst? Ik wil, ik moet, want anders zwaait er
wat – Gods toorn. Ik merk die angst ook om mij heen.
Niet dat mensen het expliciet tegen mij zeggen, maar je
voelt: ‘Pas op voor wat je zegt, Boele, je speelt wel met
vuur. Kom niet aan God, want Hij is een heilig God’.
*
De mensen die rondom de twijfelaar staan, kunnen wel blijven wegkijken. Heel lang zelfs! Maar dat is niet een wegkijken van de twijfel alleen, het wordt onvermijdelijk een wegkijken van de twijfelaar zelf. De twijfelaar is zijn twijfel en dus kijk je van hem weg. En op hoeveel manieren kan een mens wegkijken? Boosheid, veroordeling, medelijden, negeren. In alle gevallen wordt het voelbaar in de relatie. Die sneuvelt of staat onder druk. Er verandert veel.
Zo gebeurt wat niemand wil en wat niemand zoekt (want de twijfel is al erg genoeg): er komt verwijdering, afstand, verwijt. Soms gaat het geruisloos, als een langzaam wegdrijven van elkaar. Maar vaker gaat het met verbaal geweld, met boosheid en met veroordeling. Er vallen harde woorden, over en weer. De twijfelaar gebruikt grote woorden om zijn twijfel te uiten en de verbijsterde achterblijver spreekt haar oordelen uit. De twijfelaar is nu het kwetsbaarst – dakloos als hij geworden is. Hij die al zijn zekerheden verloor, verliest nu ook nog zijn ‘broeders en zusters’ die hem aankijken alsof hij malaria heeft. Eenzaamheid is zijn lot en velen van wie dit lot trof, zijn nooit teruggekeerd. Zij hebben aan alles getwijfeld, maar heel vaak niet aan het oordeel dat ook God hun de rug toekeerde. Zij weten zich van God en mensen verlaten – uitgekotst, afgewezen. Het zijn geschonden gelovigen. Ook ik was er bang voor:
*
Als ik echt een cynicus blijf, als het geloof en het vertrouwen
in God zich niet meer herstelt, kan ik maar beter
gaan emigreren – vreselijk lijkt het me elke keer de band
te zien breken met mensen die me lief zijn. Nu al zie ik
op tegen contact met mensen die weten waarmee ik worstel.
Ik zie hun angst, hun wantrouwen, hun aftastend
zoeken naar een begin van herstel dat er niet is en vervolgens
zie ik de teleurstelling en de verlegenheid. Moet dat
nu voortdurend zo doorgaan? Zelfs mijn beste vriend K.
heeft me al in geen twee weken gebeld, en dat is ongewoon.
Is het angst? Teleurstelling? Of toeval?
Steeds weer, en dus ook nu, ovevalt me dan de gedachte:
‘Stel je niet aan, Boele, pak jezelf in de kladden en zeg
dat het voorbij moet zijn. Je gelooft weer en gaat gewoon
weer naar de kapel. Geloven is tenslotte geen gevoelszaak,
maar een wilsbesluit. En elke keer weet ik dat ik
het niet meer kan. Ik kán het niet meer!
*
De tijd gaat verder
En dan gaan er jaren voorbij. Natuurlijk gaat het leven verder en de tijd heelt vele wonden. Ook deze wond
geneest. Maar ze laat een litteken achter, een litteken dat soms weer voelbaar wordt. Zeker als iemand opnieuw de oordelen uitspreekt die de wond destijds geslagen heeft. Het gaat om geschonden gelovigen. Geschonden mensen die
verder moeten leven.
Goddank hebben velen ook weer ‘geloof’ gevonden, al heet het nu vaak anders. Het zijn de ietsisten en de spirituelen van deze tijd, die nu samen een grote markt vormen waarop druk gehandeld wordt in Happinez en Mindfullness. Het zijn de vrije denkers, de geestelijke zwervers tussen kloosters en kapellen, de zoekende gelovigen. Het zijn de nieuwe geëngageerden die zoeken naar gerechtigheid en heelheid van de aarde. Ze herkennen nog de roep van profeten en apostelen, die echo blijft een leven lang klinken. Maar de kerk die hen veroordeelde is ver weg – heel ver weg. Die herinnert hen aan het oordeel van weleer: tweederangsgelovigen, afvallige broeders, verloren zielen.
Ze zijn niet alleen, deze uitgestoten en verbannen gelovigen. Ze bevinden zich in het wonderlijke gezelschap van veroordeelde homo’s en lesbiennes, vrouwen die te vroeg vielen voor het feminisme, esoterisch geïnteresseerden en
gefrustreerde visionairen. Mensen die over de rand werden geduwd. Op andere plekken vielen juist de charismatische gelovigen of monastiek georiënteerde broeders uit de gratie van de gemene deler. En gemeen is dan die deler, die scheiding brengt tussen wie erbij mag horen en wie niet. Steeds weer markeren we die grenzen, steeds weer verdiepen zich die kloven. Jij wel en jij niet. En we stapelen de boeken die de verschillen markeren met vlaggetjes of met prikkeldraad. Grote woorden worden dan niet geschuwd: waar en onwaar, oprecht en onoprecht, wel of niet behouden. Natuurlijk ligt de waarheid altijd aan deze zijde van de kloof – nog nooit schreef iemand een boek over het gelijk van de ander! – en genoeglijk schuilen we bij elkaar in groepjes gelijkgezinden. Een treurig aanzien dat velen terecht tot spot heeft gedreven.
Nieuwe ontmoeting
Intussen kraken de bolwerken van orthodoxie en rechtzinnigheid als nooit tevoren. O ja, er zijn nog ‘vitale kerken’ en ‘levende gemeentes’ die herinneren aan de goede oude tijd van volle kerken en degelijke preken. Vele onzekere gelovigen vinden hier nieuw houvast in de zeldzame, maar groeiende kerken. De kerk als geheel lijkt zich te hergroeperen en er vindt een voortdurende ‘herverkaveling’ plaats. Groeiende gemeenten gebruiken hun cijfers om het gelijk van hun orthodoxie te bewijzen. Zij groeien, dus zij zullen het wel goed doen. Toch blijken deze groeigemeentes de ontmanteling niet te keren, zo leren ons de landelijke cijfers. Alleen de Protestantse Kerk in Nederland al verliest elke week 1200 leden en daarmee een volledige predikantsplaats. Laat die cijfers los op de 1,8 miljoen leden die deze kerk in 2008 nog telde en we concluderen dat ons nog slechts dertig jaren resten. Als er niets gebeurt!
De situatie van de kerk zou een goede aanleiding kunnen zijn om onze oordelen te herzien. Mensen die zich verschanst hebben in het zeker weten en mensen die werden geraakt door de ongezochte crisis van de twijfel. Mensen binnen de kerk, mensen aan de randen van de kerk en mensen buiten de kerk. De geschonden gelovigen, de zoekende zielen en de trouwe blijvers. Misschien kunnen we elkaar weer eens ontmoeten? Misschien mogen we elkaar eens vertellen – over en weer – hoe het was (of is): die twijfel, die angst, die veroordeling? Misschien ontdekken we nieuwe redenen om elkaar de hand eens te reiken en tijd te vinden om te luisteren? Misschien is de twijfelaar zo eng niet als hij lijkt en misschien is de overtuigde gelovige zo streng niet als zij kijkt? Misschien heeft de zoeker weer wat gevonden en misschien is de zekerweter vooral bang voor zijn eigen twijfel? Misschien kunnen we leren het bij elkaar uit te houden, zonder het in alles eens te zijn?
Dit boek
In dit boek wil ik daartoe een poging doen: de hand reiken. Ik ben zelf zo’n twijfelaar geweest, of ben ik het nog? Ik ben zelf ook zo’n zekerweter geweest, of ben ik dat weer? Ik heb geoordeeld en ik ben veroordeeld. Geleden heb ik aan de eenzaamheid van het afgeschreven zijn. Maar ik heb ook weer mensen ontmoet, de weg naar de kerk hervonden, als zoekende gelovige. Mij is een hand gereikt en zelf heb ik een hand gereikt. Een helende ontmoeting vertelt mij dat verzoening kan. Ja, verzoening kan. En het is nodig ook. Dat is wat mij drijft dit boek te schrijven.
Daarom wil ik je in hoofdstuk 1 eerst wat meer vertellen van mijn persoonlijke crisis, tien jaar geleden. Fragmenten uit mijn dagboek van weleer geven een inkijkje in een crisis die velen ook vandaag nog meemaken en in de toekomst stellig nog zullen meemaken. Maar in dit autobiografische hoofdstuk vertel ik je ook van een bijzondere ervaring die de eenzaamheid heeft doorbroken en mij nieuwe hoop op verzoening heeft gebracht: de ontmoeting met Andries Knevel. Vervolgens bekijk ik het fenomeen van de existentiële twijfel van dichtbij.
In hoofdstuk 2 vertel ik over het proces van de twijfel en ik hoop dat mensen die haar niet kennen, gaan begrijpen dat niemand deze twijfel zoekt. Het overkomt je. Toch valt daarover wel wat meer te zeggen – er zijn bij nader inzien wel een paar keuzes te maken. Ik vertel je over ‘gevaarlijke ervaring’ en een ‘helende beeldenstorm’. Ik hoop een deel van de angst voor de twijfel weg te kunnen nemen, hoewel ik de ernst van de crisis niet kan bagatelliseren. De dagboekfragmenten houden me wel bij de les!
Daarna draai ik het in hoofdstuk 3 om: twijfel kent niet alleen een moeizame en verwarrende kant, maar ook een uitdagende en zelfs hoopvolle kant. Ik verdedig de boude stelling dat de twijfelaar niet maar een tweederangsgelovige is, maar dat hij goed beschouwd model staat voor geloven. De twijfelaar is een gepassioneerd mens, een profeet en zelfs een pionier. Dat is meer dan je verwachten zou – gaan dan de twijfelaars ons voor in het koninkrijk van God?
Als de twijfel van vele kanten is bekeken, kijk ik achterom in hoofdstuk 4. Nog eenmaal kijken we het geloof van ‘zeker weten’ diep in de ogen. Hoe ziet dat bouwwerk, die Kathedraal van Zeker Weten eruit? Wat zijn haar fundamenten en pilaren? Wie vinden daar onderdak en waarom is ze voor velen zo belangrijk? Het zal gaan over de bijbel en de rol die hij speelt in ons geloof. Geen gemakkelijk verhaal en zeker niet zonder pijnlijke constateringen. De bijbel als het ‘geïnspireerde Woord van God’ lijkt in de weg te staan voor postmoderne mensen. Hoe vinden zij een nieuwe weg naar authenticiteit?
Dan maak ik een pas op de plaats, een intermezzo. De naam van Klaas Hendrikse is dan in de hoofdstukken hiervoor al vaak gevallen en met hem wil ik nu eerst in gesprek. Dominee Klaas Hendrikse schreef in 2007 het boek Geloven in een God die niet bestaat. De titel is provocerend, maar de inhoud bleek velen te raken. Hij had het lef om twijfel en zelfs atheïsme in het gesprek over geloven in te brengen en niet iedereen nam hem dat in dank af. Ik wil hem wel bedanken voor de moed om moeilijke vragen te stellen en ik vertel waar ik met hem meega. Op mijn beurt stel ik vragen en vertel dat ik op een andere manier verder zoek dan hij lijkt te doen. Die verschillen worden het scherpst voelbaar als het over Jezus gaat. Voor mij is Jezus veel belangrijker in de zoektocht naar geloven voorbij zeker weten en twijfel. En dus: verder met Jezus. Of beter: verder rond Jezus. Want in de kring van volgelingen blijkt verrassend veel ruimte te zijn om een eigen plek te vinden. Verbondenheid vinden we niet in theologie, niet in vrome woorden, maar in passie voor het leven. Jezus noemt dat koninkrijk van God. Daarover gaat hoofdstuk 5.
Dat koninkrijk moet concreet worden. Voor mij betekent dat nu: zoeken naar verzoening tussen zekerweters en twijfelaars, tussen zoekers en vinders, tussen orthodoxen en vrijzinnigen. We moeten verder trekken, het nieuwe land van het postmoderne en postchristelijke tijdperk verkennen. Land waarvan nog geen kaarten beschikbaar zijn – we zijn samen van de kaart! Hoofdstuk 6 wordt een gepassioneerde roep om verzoening aan de randen van de kerk, om het land met de diepe kloven achter ons te laten en verder te trekken.
Elk hoofdstuk van dit boek laat zich ook zelfstandig lezen. Niet elke lezer zal zich immers in alle facetten van de door mij geschetste twijfel herkennen. Om elk hoofdstuk leesbaar te houden moest ik soms enigszins in herhaling treden. Dat twee hoofdpersonen in dit boek, Andries Knevel en Klaas Hendrikse, bereid waren er zelf rechtstreeks op te reageren in een nawoord stemt mij dankbaar. Beide mannen vertegenwoordigen grote groepen in de kerk die elkaar niet gemakkelijk vinden en verstaan. Het gesprek met hen beiden heeft mij doen realiseren dat ik mij bevind tussen die twee werelden. Dit boek had daarom ook ‘Tussen Klaas en Andries’ kunnen heten. Dat Andries en Klaas beiden binnen de kaften van dit boek willen reageren op de tocht die ik heb afgelegd, markeert wat mij betreft een stap op weg naar verzoening. Het laat zien dat het kan.
* *
*
Om nog verder te lezen zul je
toch echt het boek zelf moeten kopen...
Bestel 'Van de kaart' hier
|
RSS Weblog / RSS Podcast
 
|
|
|