Home Preken Artikelen Aanbevolen boeken Zelfvoorzienend leven Allerlei Links Contact

Zingen in het donker

De geïnstitutionaliseerde kerk in West Europa is in crisis. Dat is niet van vandaag of gisteren, dat constateren we al vanaf de 60’er jaren. In het historisch zo kerkelijke Nederland zijn de gevolgen van deze crisis eminent zichtbaar. Maar hoezeer er ook consensus lijkt te zijn over het feit dàt er een crisis is, de aard en omvang van de crisis wordt in hoge mate verschillend beoordeeld. Analoog aan de gevarieerde diagnose zijn ook de therapieën die de zieke kerk worden voorgeschreven zeer divers. Maar is de crisis wel te keren? Sterker nog: moeten we dat wel willen?

Klooster Caldey Island, Wales



De crisis
De één zal vooral wijzen op de leegloop van de kerk, de ander op het onvermogen van de kerk om antwoord te geven op de problemen van onze samenleving. Voor velen is het verlies van twee of meer generaties het teken van de crisis en weer anderen wijzen op de theologische verwarring. Maar hoe je de problemen ook benoemd, de feiten spreken voor zich. Numeriek is de kerk in een kwart eeuw gedecimeerd. Veel fusieprocessen worden ingegeven door de financiële noodzaak: een volledige predikantsplaats wordt, getuige de vacatures in Kerkinformatie, steeds zeldzamer. Ook de voorgenomen reorganisatie van het dienstenapparaat van de PKN is weer het zoveelste signaal dat de krimp van de kerk nog niet haar einde heeft gevonden.

Strategieën

Diverse groepen in de kerk zoeken naar een oplossing. Het Evangelisch Werkverband zoekt het in enerzijds verjonging van de vormen (nieuwe liederen, nieuwe organisatieverbanden) en anderzijds een radicalisering van de inhoud. De theologie van deze kerkelijke evangelicalen is even rigide als die van de gereformeerde kerk in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Weliswaar zijn de woorden anders en zijn accenten verschoven, maar de geloofsleer is klassiek. Veelal oriënteren zij zich op de Evangelische beweging van overzee: het Amerikaanse evangelicale dogmatisme.

Ook zijn er tal van gemeenten die de crisis het hoofd proberen te bieden door nieuwe gemeenteopbouw-strategieën (al of niet van evangelische snit): de gemeente als organisme, opgebouwd uit cellen (‘gemeentegroeigroepen’), de gemeente als zendingspost (‘alphacursussen’), de gemeente als Herberg, de gemeente als sociale actiegroep of humane schuilplaats. Aan de intenties van de bedenkers hoeven we niet te twijfelen. En ook het verlangen dat schuilgaat achter deze pogingen om weer werkelijk gemeente te zijn, is zeer herkenbaar. Wie nu nog verbonden is met een kerk is steeds vaker een idealist - en idealisten hebben dromen èn de moed om aan dromen te werken. Hierbij past niets dan respect.

Spiritualiteit

Een geheel andere poging is die van integratie en aansluiting bij moderne spiritualiteit. Spiritualiteit is een markt met potentie. De boeken van Neale Donald Walsch zijn kaskrakers, de lezingen van Hans Stolp cum suis zijn publiekstrekkers, en tv-programma’s met een spiritueel medium zijn zelfs voor de commerciële omroepen interessant geworden. En dan hebben we het nog niet eens over de megasuccessen van Harry Potter en The Lord of the Rings. Veel nog kerkelijk betrokken mensen worden ook door deze spiritualiteit aangetrokken en het is dan ook begrijpelijk dat er theologen en predikanten zijn die juist hier bij aan willen sluiten. Al was het maar uit strategische overwegingen.

Zonder daar inhoudelijk ver op in te gaan, kunnen we wel zeggen dat daarmee de kerk zichzelf eerder overbodig maakt dan noodzakelijk. Als immers de boodschap van de kerk geen wezenlijk andere is dan die van Walsch, Stolp en Potter, waarom dan nog naar de kerk gaan? Een kerk vraagt in zekere mate ook commitment en trouw – zeer onmodieuze zaken! - en de universalistische boodschap van de moderne spirituele leraren is er juist één van grote vrijblijvendheid (gemaskeerd door onware woorden over vrijheid en eenheid). Daarmee is de hoegenaamd ‘zelfde boodschap’ van de kerk veel duurder en dus marketing-technisch oninteressant. Alleen het opgeven van commitment en trouw doet de ‘prijs’ dalen, maar wie zo de aansluiting zoekt bij deze spiritualiteit lijkt eerder de kerk in de uitverkoop te plaatsen: opheffingsuitverkoop - alles moet weg!

De leegte

De ene strategie werkt dus beter dan de andere. Maar het blijft de vraag of met al deze (en de vele ongenoemde) pogingen de crisis werkelijk te keren is. De enkele gemeente die langs deze weg groeit, lijkt de tendens van kerkverlating, marginalisering en verwarring niet om te kunnen buigen. De landelijke cijfers en de feiten op plaatselijk kerkelijk niveau blijven voor zich spreken. Wie bij de kerk blijft, zal de leegte blijven voelen: de leger wordende kerk, de veelal lege prediking met ofwel meer vragen dan antwoorden ofwel antwoorden op vragen die er niet meer zijn. Leegte is het kenmerk geworden van de kerk.

We hebben in de kerk pas Pasen gevierd. Pasen is het feest van de opstanding. ‘De Heer is waarlijk opgestaan’, zo luidt het in woord en lied. Dit jaar lazen we het Paasverhaal volgens het evangelie van Johannes. Wat mij opviel was dat voor Johannes Pasen vooral het verhaal is van het zien. Steeds weer wordt in het evangelie herhaald: ‘Wij hebben de Heer gezien’. Jezus is niet zozeer degene die ‘terug’ is, alswel degene die gezien wordt, degene die ‘verschijnt’. Ik wil daarmee niet de discussie in herinnering roepen over het wel of niet lichamelijke van de opstanding, maar slechts slechts wijzen op het karakteristieke van Pasen bij Johannes.

Die ontmoetingen vinden plaats in de crisis van de leegte, in de crisis van de verlating, in de crisis van de twijfel en het ongeloof en in de crisis van het schuldgevoel. Maria, bij het lege graf, de leerlingen in een uit angst gesloten kamer, Tomas in de vertwijfeling en het vragen om bewijs, Petrus als hij is teruggekeerd naar zijn oude bestaan (Simon, de visser), vervuld van verdriet en schuld. En steeds weer verschijnt de Opgestane – ze zien Hem -, hij wordt niet opgezocht, niet opgeroepen, hij verschijnt en hij verdwijnt...

Heidendom voorbij

Kan dat weer? De Ontmoeting met de Opgestane Heer in de leegte, in de crisis – kan dat ook in onze tijd, in de crisis van de kerk? Ja, dat geloof ik zeker! Bij het geloof in de mogelijkheid ervan bestaat de kerk – met minder dan dat vervalt haar bestaansrecht. Maar dan ook op de manier zoals bij het eerste christelijke Paasfeest: de Opgestane verschijnt midden in de crisis, in een lege-al-te-lege kerk, in de verwarring en vertwijfeling van ‘herders en schapen’, in de krimp en gedwongen reorganisatie van een instituut dat niet meer bindt. Daar middenin! Even soeverein en vrij als in het lege graf, de gesloten kamer, de oever van het meer.

Dat doet op ons een onaangenaam appèl: kunnen we wachten? Kunnen we de leegte uithouden? Durven we een kerk-in-crisis te zijn? Dat is naar mijn overtuiging de kernvraag van vandaag. De strategieën voor gemeenteopbouw, de therapieën voor een zieke kerk, de opwekkingsbeweging en restauratiekoorts – hoe begrijpelijk! – het zijn uitvluchten uit de crisis. Ze geven er blijk van dat we het niet meer uithouden, niet meer kunnen wachten op de Opgestane. We vullen de leegte met beleidsplannen en fusiebesprekingen, we lezen boeken over gemeenteopbouw, we maken nieuwe liturgieën en zingen nieuwe liedjes om onze angst te overschreeuwen, zoals bange kinderen gaan zingen in het donker. Ja, dat zijn we, bange kinderen in het donker!

Of we bezweren de crisis: we binden mensen met oneigenlijke middelen aan de kerk (angst voor een oordelende God, morele superioriteit, sociale plicht), we roepen geestdrift op en noemen het Geest, we worden opstandig en noemen het Opstanding. Maar in werkelijkheid wordt de angst bezworen en zo de crisis ontweken. Heidendom heet dat: het stillen van de woede van de goden, het bezweren van de angst voor dood en oordeel. Maar de Geest laat zich niet vangen. En als gesloten deuren de Opgestane niet buiten kunnen houden, is er niets dat hem naar binnen kan dwingen.

Tussen Pasen en Pinksteren

In het kerkelijk jaar bevinden we ons nu in de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Vijftig dagen van wachten, van onverwacht ontmoeten en van leven in de leegte. Voor de leerlingen van Jezus was het vooral voorbij, het driejarige intensieve optrekken met Jezus was voorbij. De Leraar werd een Gekruisigde en de Gekruisigde werd de Opgestane. Niets bleef bij het oude. Wachten en trouw blijven, dat was het enige dat ze konden doen.

Zou het in onze tijd anders zijn? Ook wij leven vooral in het ‘voorbij’ – voorbij de volle kerken, voorbij het ongecompliceerde geloven, voorbij een christelijke natie… Voorbij. En wie zal zeggen of de crisis op haar einde is? Misschien moet de kerk nog kleiner worden, nog meer naar de marge van de samenleving gedrukt, nog meer kerkverlating, nog meer twijfel, nog meer verwarring… Maar hoe meer we daartegen vechten, des te langer het zal duren. Ik denk dat het raakt aan het wezen van de kerk als we het weer leren uithouden in de crisis, in de leegte. Ik geloof dat de Opgestane pas kan verschijnen als we midden in de crisis staan, als we ons verzoenen met de crisis. Wachten, uithouden en trouw blijven, dat is het devies.

Printversie van het artikel


Een Nieuwe Dag

Weblogs, artikelen, preken, boeken
  • Mijn dagelijkse weblog
  • Artikelen van mijn hand
  • Mijn preken (archief)
  • Boek van de maand




  • podcasts, preken, lezingen, reisverslagen
  • Overzicht van alle podcasts
  • Onderweg naar Zondag
  • Luisterpreken (MP3)
  • Tochtgenoten




  • kerkdiensten, begeleiding, projecten, contact
  • Kerkdiensten
  • Pastoraat
  • Pelgrimstochten
  • Contact opnemen
  • Nieuwsbrief aanvragen